Nederlands
English
Deutsch
Français
Handleiding: maak je eigen autotuin (of iets anders)

Laat je fantasie werken. Wat zou jij graag op straat willen hebben? Deze Eigen tuin & Auto site geeft je alle informatie die nodig is om jouw droom op straat te verwerkelijken. Dus pak de haakse slijper, en ga aan de slag.

  1. De basis: een parkeerplaats in jouw stad(sdeel)
  2. Nog een basis: de auto
  3. Juridische haarkloverij & alternatieven
  4. De techniek
  5. Tot slot
  6. Reageer


Reageer

meer plaatjes

Fokke van Katwijk bij VARA's Vroege Vogels
op 20 augustus 2000 (RealAudio)

De basis: een parkeerplaats in jouw stad(sdeel)

Hier begint het natuurlijk allemaal mee: een stuk ruimte op straat ter grootte van een beetje middenklasse auto (groter mag natuurlijk ook). Dat is al gauw 7 vierkante meter stad, die met een beetje inspanning jouw terrein kan worden. De meeste steden, en zeker Amsterdam, hebben het parkeren al jaren geleden 'gereguleerd' met een systeem van parkeermeters en vergunningen. Bezoekers van buiten betalen een bedrag aan de paal om hun karretje te mogen stallen, bewoners van de stad kunnen voor een lage prijs een vergunning aanvragen, waarmee ze hun auto voor hun deur (of –vaak– wat verderop) kunnen stallen zonder daarna nog heel veel te hoeven betalen. Zo betaal je in stadsdeel Oud-Zuid in Amsterdam € 57,52 per zes maanden voor een vergunning. Huur daar maar eens een volkstuin voor.
Iedere bewoner die in een zogenaamd 'vergunninggebied' woont kan zo'n vergunning aanvragen. Tenminste, als je in het bezit van een auto bent. Je kunt niet zomaar een vergunning krijgen voor een kippenhok, een woonwagen, of een speeltoestel. En als je er een zou aanvragen is de kans groot dat je nul op het rekest krijgt. Kortom: als je iets groters op straat wil stallen mag het alles zijn, als het maar een auto is.
De basis van elke autotuin is dus: een parkeerplaats en een parkeervergunning. Hieronder wordt uitgelegd hoe je daar aankomt. De informatie is gebaseerd op de situatie in Amsterdam, in andere gemeenten gelden mogelijk afwijkende regels.

Parkeergunningen worden verleend aan bewoners en bedrijven in een bepaald 'vergunninggebied'. Dat kan een wijk zijn, of een heel stadsdeel. Dat verschilt per situatie. Zo is stadsdeel Oud-Zuid opgedeeld in vier 'vergunninggebieden', twee in de Pijp en twee in Zuid. Dat worden er trouwens binnenkort drie.
Een parkeervergunning kun je krijgen op grond van de Parkeerverordening van het gemeentebestuur. De dienst Stadstoezicht is in Amsterdam belast met de uitgifte van die vergunningen. Die hanteert daarbij de regels die de gemeente en de stadsdeelbesturen aan die uitgifte hebben gesteld.

De belangrijkste regels zijn wel

  1. dat je in het bezit van een auto bent
  2. dat je bewoner bent of een bedrijf uitoefent in het vergunninggebied waarvoor je de vergunning aanvraagt.
  3. dat er niemand anders op jouw adres al een parkeervergunning heeft.

Ad 1: dit toon je aan met het kentekenbewijs. Als je een auto koopt moet je je als eigenaar laten registreren bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Je laat dan het kenteken op jouw naam overschrijven. Dat kun je op vrijwel elk postkantoor in een handomdraai laten doen en kost zo'n 11 euro.
Ad 2: dit toon je aan met een uittreksel uit het bevolkingsregister. Voor een bedrijf gelden andere, spcifieke regels, bv. t.a.v. het aantal werknemers.
Ad 3: dit geldt in de meeste vergunninggebieden. Per 'zelfstandige woning' wordt dan maar één vergunning verleend. In Stadsdeel Oud-Zuid geldt voor het gebied Zuid dat er twee vergunningen per zelfstandige woning kunnen worden afgegeven.

"Zelfstandige woning: een woning welke een eigen toegang heeft, en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning, als bedoeld in art. 1623a, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek." [Parkeerverordening 1996]

Laten we er even van uitgaan dat je als bewoner/particulier een vergunning gaat aanvragen. Wat heb je dan nodig?

  1. Een (kopie van een) uittreksel uit het bevolkingsregister dat niet ouder is dan zes maanden.
  2. Een (kopie van) het kentekenbewijs deel II
  3. Een (kopie van) het rijbewijs.

Ad 1: Je kunt ook Stadstoezicht die gegevens laten natrekken voor €2,25.
Ad 2: De auto kan ook op naam van een andere eigenaar dan jijzelf staan. In dat geval moet je een ondertekende verklaring overleggen dat je medegebruiker bent, samen met (een kopie van) het legitimatiebewijs van de eigenaar.
Ad 3: Heb je geen rijbewijs, maar ben je wel eigenaar van het voertuig, dan moet je (een kopie van) je paspoort, een door jou ondertekende verklaring waarin naam en adres van de bestuurder vermeld staan en (een kopie van) het rijbewijs van de bestuurder overleggen.

Het aanvraagformulier voor de parkeervergunning vind je hier.

Als alles klopt kun je direct een tijdelijke vergunning meekrijgen, die geldt totdat de definitieve vergunning is afgegeven.

Al met al kost het regelen van zo'n vergunning dus niet zoveel tijd. Een bezoekje aan het postkantoor, en aan één van de kantoren van Stadstoezicht is genoeg.


Nog een basis: de auto

Een beetje autotuin kan niet zonder een auto. Dat hoeft natuurlijk niet zo'n hele goede te zijn. De ervaring leert dat je met een bedrag van tussen de 130 en 230 euro een aardig karretje kunt kopen. Let met name op de volgende zaken:

  1. De grootte en het gewicht van de auto. De maat bepaalt natuurlijk de mogelijkheden. Het gewicht van de auto is van invloed op de hoogte van de wegenbelasting en van de verzekering. Dat kan variëren. Informeer bij de verkoper wat die betaalt.
  2. De APK van de auto: iedere auto dient eens in de zoveel tijd APK-gekeurd te worden. Na zo'n keuring is de auto 'APK-gekeurd' tot een bepaalde datum. Daarna moet er herkeuring plaatsvinden, anders wordt je kentekenbewijs ingetrokken en dan kun je je parkeervergunning ook niet meer verlengen. Een auto waarvan het dak af is gezaagd komt hoogstwaarschijnlijk niet meer door de APK.
  3. Rijwaardigheid is van minder belang. Het is handig als de auto naar de definitieve plek kan worden gereden, dan hoef je hem niet te duwen. Voor de APK maakt het overigens niet uit of er een werkende motor in zit

De volgende auto's verdienen speciale aanbeveling:

  1. Cabriolets: omdat het dak er niet af hoeft, zouden deze wagens eventueel nog door de APK kunnen komen bij een herkeuring. Je mist wel een spectaculair gedeelte.
  2. Busjes: handig als kippenhok, of wat dan ook. We hebben er nog geen ervaring mee, maar vermoedelijk kan de bus door de APK blijven komen, zolang de structuur niet uit het geheel wordt gehaald. Grote gaten aan de zijkanten uitzagen en daar kippengaas in monteren moet dus mogelijk zijn, en je hebt een kippenhok voor veel langere tijd.
  3. Oldtimers: over wagens die ouder dan 25 jaar zijn, hoeft geen wegenbelasting betaald te worden. Kun je dus een goedkope oude auto van voor 1974 kopen, dan ben je spekkoper.


Juridische haarkloverij & alternatieven

Een parkeerplaats in gebruik nemen kan alleen maar met een voertuig. De Amsterdamse Parkeerverordening 1996 verstaat daaronder:

"voertuig en motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in art. 1, onderdelen z en al, van het RVV 1990, met dien verstande dat fietsen en bromfietsen met minder dan vier wielen niet als voertuigen worden beschouwd."

Het RVV (Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens) verstaat in de genoemde artikelen onder

  • motorvoertuigen: "alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen en invalidenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen" (RVV 1990, art 1.z)
  • voertuigen: "fietsen, bromfietsen, invalidenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens" (RVV 1990, art 1.al)

Het is volgens de Parkeerverordening verboden om andere voorwerpen dan voertuigen op parkeerplaatsen te stallen. Artikel V.1: "Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een voertuig, te plaatsen of te laten staan op een parkeerplaats." Onder die parkeerplaats worden dan in de Parkeerverordening alleen die plekken verstaan waarvoor normaal parkeergeld moet worden betaald. Privé-parkeerplaatsen vallen hier natuurlijk buiten.

De parkeerverordening sluit dus bakfietsen, fietsen en bromfietsen en alle niet-voertuigen uit van parkeren op openbare plekken. Dat betekent echter niet per se dat er alleen motorvoertuigen mogen staan. De Parkeerverordening heeft het namelijk over "voertuigen én motorvoertuigen". Nergens staat dat er alleen vergunningen worden afgegeven voor motorvoertuigen die een kenteken nodig hebben, zoals auto's. Dit is wel een interessant punt. De meeste autotuinen zullen een tijdelijk karakter hebben, omdat ze na 'behandeling' niet meer door de APK komen. En daaruit volgt dan dat je geen kentekenbewijs meer krijgt, en dan dus ook de vergunning niet meer kunt verlengen.
Maar stel nu dat ik een niet-gemotoriseerde kar met vier wielen zou willen parkeren. Denk maar aan een woonwagen, of een eigen constructie met vier wielen eronder. Daar zou in principe een vergunning voor verleend moeten worden, gezien de formulering in de Parkeerverordening. Tegelijkertijd vraagt Stadstoezicht automatisch om een kentekenbewijs bij de aanvraag. De vraag is waar dit op gebaseerd is. Vooralsnog is er geen aanleiding in de Parkeerverordening om deze vereiste in alle gevallen te laten gelden.
In dat geval zou een tuin op straat voor nog veel meer mensen binnen bereik komen.Maak een voertuig, dat geen wrak is volgens de Wegenverkeerswet, en daarbovenop kun je dan doen wat je wilt! Geen wegenbelasting nodig, geen verzekering, geen APK. De juristen van Tuin & Auto broeden nog op deze kwestie.

Een mogelijk alternatief voor een auto is dus een eigen voertuig met vier of meer wielen. Of, een auto zonder motor. Of een aanhangwagen. Kom regelmatig terug op deze site, want dit wordt uitgezocht.


DE TECHNIEK

Eenmaal in het bezit van een auto, en voorzien van de benodigde papieren en parafernalia, kun je aan de slag. Elke toepassing van een auto voor andere doeleinden brengt weer specifieke eisen met zich mee. Hopelijk kunnen we op deze site langzamerhand de ervaringen van heel verschillende auto-conversie projekten tegemoet zien, maar hier concentreren we ons even op de autotuin.


Fase 1: de voorbereiding

Nadat je de auto op de plaats van bestemming hebt geparkeerd, begin je met het voorbereidende werk. Dit houdt in dat je de hele binnenkant leeghaalt, behalve desgewenst de bestuurdersstoel, zodat het nog een beetje op een voertuig lijkt. Een paar goede ring- steek- of ringsleutels en een doppenset bieden uitkomst, evenals een paar stevige kruiskopschroevendraaiers en een stevig stanleymes. Haal alle banken en stoelen uit de auto, verwijder alle plastic zooi die tegen het chassis zit aangeplakt, draai de ramen voor en achter naar beneden, of haal ze weg als het uitklapramen zijn. Verwijder op de plekken waar je gaat zagen de dakbedekking aan de binnenkant. Een schroevendraaier eronder en met enige kracht lostrekken. Denk om de nietjes. Een paar werkhandschoenen zijn erg praktisch.
Omdat je in fase 2 vuurgevaarlijke handelingen verricht, is het van belang om alles wat branden kan uit de auto te halen. Zelfs als je één van de stoelen uiteindelijk wilt laten staan, kun je die beter eerste verwijderen voordat je gaat slijpen, om hem er daarna weer in te zetten. Bewaar de schroeven.


Fase 2: het dak er af

Een goede autotuin kan niet zonder zonlicht. Het dak van de auto is dus niet ideaal. Weg ermee. Onze ervaringen met de haakse slijper (al te koop voor 50 euro, maar ook te huur bij de ijzerhandel voor een of twee tientjes) zijn goed. Dit is een soort gekantelde boormachine, waar je zogenaamde 'flex-schijven' op monteert. Je kunt ook een boormachine uitrusten met een flexschijf, maar dit is een minder veilige oplossing dan de haakse slijper. Die flex-schijven koop je bij de bouwhal voor een paar euro. Aan drie of vier van die schijven heb je voor een gemiddelde auto wel genoeg. Wel die voor metaal kopen, en niet voor steen. Koop er direct een veiligheidsbril bij, en een stel werkhandschoenen. In principe kun je met kleine flexschijven met een diameter van 10 cm al heel ver komen. In dat geval zul je van binnen en van buiten moeten slijpen om door de stevige delen heen te komen. Voor het dikkere werk is daarom een haakse slijper voor de grotere maat flex-schijven (15 cm en meer) aan te bevelen. Je bent een vakmens, dus gebruik je goed materiaal!

Deze fase van het autotuinproject is zeker spectaculair, maar je moet je kop er bij houden. Even niet opletten en je kunt nooit meer met de haakse slijper werken. En dat zou toch zonde zijn. Hou de haakse slijper dan ook steeds stevig met twee handen vast, en zorg dat je steeds stevig staat. Altijd van je afslijpen! De vonken schieten met de draairichting van de flex weg.
Nogmaals: doe aan brandpreventie, voordat je gaat slijpen, en zorg dat alle brandbare spullen uit de buurt zijn. Zet een emmer water klaar.

Waar je moet zagen hangt af van het soort auto, en het gewenste eindresultaat. Fokke van Katwijk liet de voorruit in de sponning en sleep boven-voor het dak door. Niets weerhoudt je natuurlijk om ook de voorruit te verwijderen. Ook de achterkant kan wisselen. Over het algemeen zal de zg. vijfde deur niet meer als zodanig bruikbaar zijn na deze operatie. Eerst maar weghalen dus. Kwestie van losschroeven, of eventueel losslijpen.
Deze fase kun je het beste met zijn tweeën doen. Niet alleen omdat het veel leuker is, maar ook omdat je elkaar zo af en toe erg goed kunt helpen. Werken met de haakse slijper is ook vermoeiend en kan het beste afwisselend door twee personen gedaan worden.

Werk de losgeslepen delen goed af. Vijl de bramen glad, en vul de open delen met bv. pur-schuim. Behandel ze in een later stadium met loodvrije menie o.i.d., om roest te voorkomen.


Fase 3: het grondwerk

Dit is een kritische fase. Het gaat hier om gewicht en het gaat hier om vocht. Eerst het gewicht.
Een auto vol met tuinaarde weegt al snel 1500 kilo extra. Daar zijn die auto's meestal niet op berekend: een gezinnetje met twee kinderen op vakantie naar Marbella weegt zelfs met een mud aardappelen in de achterbak niet meer dan 500 kilo. Om voortijdig doorzakken van de auto te voorkomen is het daarom aan te raden eerst een paar goede steunen onder de beide assen van de auto te leggen, en/of onder de kokerbalken in de lengterichting van de auto. In een container bij een bouwplaats zijn meestal wel goede balken of stenen te vinden die die klus kunnen klaren. Met een krik verhef je de auto wat, en daarna kun je de balken of bakstenen onder de assen leggen.

Dan het vocht: je moet ervoor zorgen dat er een soort natuurlijke afwatering is. Tegelijk moet je ervoor zorgen dat de carosserie niet al te snel doorroest. Op dit punt hebben we nog onvoldoende ervaring. Het lijkt raadzaam om op specifieke plekken, bv. bij de deuren te zorgen voor een goede afwatering, bijvoorbeeld door de beschermende rubberranden aldaar weg te halen. Daarnaast kun je -indien aanwezig- de doppen in de bodem weghalen, of op een aantal plekken gaten prikken. In de loop van de tijd kun je bekijken of dat voldoende is, of dat je nog een paar gaten in de zijkant bij moet boren.

Wij kozen voor de eerste autotuin voor een onderlaag van worteldoek, verkrijgbaar bij het tuincentrum. Dat is een speciaal materiaal dat vocht wel, maar wortels niet doorlaat. Op die manier kan het water weglopen, maar krijgen de wortels een duidelijke 'bodem'. De ervaring moet uitwijzen of dit inderdaad een slimme methode is. Landbouwplastic een alternatief. Waarschijnlijk voorkomt dit laatste langer het doorroesten van de carosserie. Het levert wel weer problemen op t.a.v. de afwatering.
Of je nu worteldoek gebruikt of landbouwplastic: in beide gevallen moet die lap zo groot zijn dat ook de zijkanten van de auto ermee kunnen worden bedekt.

Je zou ervoor kunnen kiezen om het bodemwerk eerst grondig in de menie te zetten. Hiervoor zijn tegenwoordig redelijk milieu-acceptabele (niet loodhoudende) soorten van in de handel.


Fase 4: de opbouw

Afhankelijk van je uiteindelijk doel, en het soort auto moet je eerst een bekisting aanbrengen om die delen die niet met aarde zullen worden bedekt, bijvoorbeeld als je de bestuurderszetel vrij wilt houden. Ook de plek waar de achterklep zat moet waarschijnlijk afgeschermd. Zorg dus dat je voldoende houten planken ofzo klaar hebt liggen, en een goede zaag om ze ter plekke op maat te zagen. Hiervoor is de haakse slijper weer niet zo handig.
Je zou er vervolgens voor kunnen kiezen eerst een verhoging aan te brengen in de wagen, bijvoorbeeld m.b.v. oude pallets die je op maat zaagt. Dat bespaart op de kosten van de tuinaarde, en op het uiteindelijke gewicht van de auto. Je zou er misschien nog mee rond kunnen rijden! Het is wel weer meer werk.

Koos kwam met de volgende tip om minder tuinaarde te gebruiken, en daardoor het gewicht aanzienlijk te beperken: een dikke laag piepschuim brokken op de bodem.
Elke bouwmarkt verkoopt isolatie piepschuim (afm. 50 x 100 cm) in diverse diktes. Deze platen in stukken breken en als onderlaag gebruiken. Als je hierop de tuinaarde stort, en besproeit met water wordt de ruimte tussen de brokken ook gevuld met aarde. Je kan dus een vrij dikke laag gebruiken. Ik doe dit ook bij grote bloembakken en het werkt perfect.


Fase 5: vullen maar

Dit is een behoorlijke klus, want er gaat aardig wat grond in zo'n auto. Als je het goed uitkient, kun je het tuincentrum zakken van een kuub laten brengen op het moment dat je klaar bent met de vorige fases. De vrachtwagen kan de zak(ken) dan in een keer in de auto leegstorten. Zorg er anders voor dat de auto vlak naast de zakken staat geparkeerd (of vice versa), en dat je beschikt over goede schoppen en een kruiwagen
De hoeveelheid grond kun je berekenen door de oppervlakte van het te vullen gedeelte te vermenigvuldigen met de gemiddelde hoogte. Wij hadden aan anderhalve kuub genoeg voor een Toyota Corolla.
Stamp de grond geregeld met de voeten wat aan, want het klinkt nog in.


Fase 6: inrichten

Nu kun je naar eigen inzicht en smaak je autotuin gaan inrichten. Hier zijn geen algemene regels voor te geven. Het spreekt vanzelf dat een eikeboom waarschijnlijk minder passend is dan een paar heideplantjes. De plek van de autotuin is ook van belang: schaduwrijk of niet? Hier vind je een lijst van de planten die voor de autotuin van Fokke van Katwijk zijn gebruikt. Die staat in de Lomanstraat, en dat is vanwege de kastanjebomen een nogal schaduwrijke plek. Ook het seizoen waarin werd begonnen met deze autotuin bepaalde mede deze lijst.


een rijdende autotuin

Een rijdende autotuin in de VS
(klik op de illustratie voor een grotere variant)

Fase 7: afwerken

Nadat je je autotuin hebt ingericht, ben je natuurlijk niet helemaal klaar. Aparte aandacht verdient de plaats van de parkeervergunning. Wettelijk moet deze in de linkeronderhoek van de achterruit worden geplaatst, maar die is weg. Alternatief is bv. een constructie van plexiglas, die je met stevige bouten op de motorkap voor monteert. Hoe ostentatiever, hoe beter. Denk er om dat parkeervergunningen voor sommige mensen een waarde vertegenwoordigen. Voorkom dus dat die al te gemakkelijk kan worden meegenomen.

Zorg verder voor een kindveilige afwerking van de scherpe randen. Met een goede vijl krijg je ze goed glad. Vervolgens in de (loodvrije) menie zetten om roest te voorkomen.
Daarnaast is het van belang om holle ruimten die ontstaan door het ontbreken vande bovenkant waterdicht te maken. Purschuim is handig, maar vul de gaten eerst met krantenpapier o.i.d., anders ben je zoveel van die zooi kwijt.

Zorg ook dat het afval dat resteert netjes wordt afgevoerd. Ruim het direct op, en licht de reinigingsdienst over dit grofvuil in.


Reageer

Eigen tuin & auto is heel geïnteresseerd in andere ideeën voor de creatieve conversie van parkeerplaatsen. Heb je ook een een autotuin, of wil je iets heel anders met een parkeerplaats gaan doen? Laat het ons weten. Wie weet kunnen we hier op termijn een bonte verzameling ten toon spreiden!

Email: Eigen tuin & auto

30 november 1999, updated 13 mei 2002